De gangbare kledingkast afmetingen liggen tussen 80 en 240 cm breed, 200 tot 240 cm hoog en 55 tot 60 cm diep. Een tweedeurs kast is ongeveer 100 cm breed, een driedeurs zo’n 150 cm en een vierdeurs rond de 200 cm. De hoogte volgt meestal de standaardplafondhoogte, en de diepte van 60 cm is zo gekozen dat een kleerhanger er recht in past zonder dat de kleding tegen de deur drukt. Met die getallen op zak weet je snel of een kast in jouw slaapkamer past.
Ik meet als meubelmaker week in week uit slaapkamers en hallen op, en de maatvoering is het eerste waar het mis kan gaan. Een kast die net te diep is loopt in de loopruimte, een kast die net te ondiep is laat je kleding kreuken. Hieronder zet ik de afmetingen op een rij die er echt toe doen, zodat je niet voor verrassingen staat als de kast eenmaal binnenkomt.
Standaard kledingkast afmetingen
De meeste fabriekskasten zijn opgebouwd uit secties van ongeveer 50 cm breed. Daardoor zie je vaste maten terugkomen: een deur dekt grofweg 50 cm af. Hoe meer deuren, hoe breder de kast. De hoogte blijft bij de meeste modellen gelijk rond 200 cm, met een variant tot het plafond rond 240 cm. In de tabel hieronder zie je de gangbare kledingkast afmetingen per uitvoering, zodat je ze direct tegen je beschikbare muur kunt leggen.
| Type kast | Breedte | Hoogte | Diepte |
|---|---|---|---|
| Tweedeurs | 100 cm | 200 cm | 60 cm |
| Driedeurs | 150 cm | 210 cm | 60 cm |
| Vierdeurs | 200 cm | 220 cm | 60 cm |
Deze maten zijn richtwaarden, want elk merk wijkt een paar centimeter af. Een tweedeurs kast van 100 cm breed past in vrijwel elke slaapkamer en biedt ruimte voor één hangvak en een paar planken. Wil je hangen én stapelen, kies dan minstens een driedeurs van 150 cm: je verdeelt de breedte dan in een hanggedeelte en een vakkenkolom. Een vierdeurs van 200 cm is de gangbare keuze voor twee personen, met aan elke kant een eigen helft. Meet altijd de vrije muur op en houd minimaal 60 cm loopruimte voor de kast aan, want anders kun je de deuren niet comfortabel openen. Bij draaideuren reken je die zwaai mee, bij schuifdeuren niet.
Hoeveel hoogte voor het hanggedeelte?
De hoogte van je hangvakken bepaalt wat er probleemloos in past. Voor lange kleding, denk aan jurken, lange jassen en pakken, reken je op een hangvak van 150 cm. Daaronder houd je nog ruimte over voor schoenen of een lade. Voor korte kleding, zoals overhemden, blouses, broeken op een klembeugel en colberts, is 110 cm ruim voldoende. Dat verschil van veertig centimeter klinkt klein, maar het bepaalt of je twee hangroedes boven elkaar kwijt kunt of niet.
Heb je vooral korte kleding, dan kun je twee hangvakken van elk 110 cm stapelen en zo de hoogte dubbel benutten. Dat verdubbelt je hangcapaciteit zonder dat de kast breder hoeft. De bovenste roede hang je dan op ongeveer 180 cm vanaf de vloer, zodat je er nog net bij kunt. Voor de planken erboven of ernaast houd je tussen de legborden 30 tot 40 cm aan, genoeg voor een stapel truien zonder dat de bovenste eraf glijdt. Wie de inrichting goed wil doordenken, vindt in de gids over kledingkast indeling per kledingsoort welke hoogte en vakgrootte het handigst zijn.
Welke diepte heb je nodig?
De diepte is de maat die mensen het vaakst verkeerd inschatten. Voor een gewone hangstang, waar de hanger dwars op de breedte hangt, heb je 60 cm binnenwerkse diepte nodig. Bij minder dan 55 cm gaan de schouders van je jassen tegen de deur drukken en kreukt je kleding. Reken altijd vanaf de binnenkant van de kast, want de wanddikte en de deur slokken samen al snel een paar centimeter op.
Heb je die 60 cm niet, bijvoorbeeld in een smalle gang of een nis, dan is een uittrekbare garderobestang de oplossing. Die hangt de kleding parallel aan de wand en trek je naar voren als je iets pakt. Daarmee kom je toe met een diepte van 40 cm. Je levert wel hangcapaciteit in, want de stang is korter, en je kunt er niet langs naar kleding erachter. Voor planken en lades volstaat 40 cm overigens prima: opgevouwen kleding, schoenendozen en accessoires passen daar ruim in. Stel je diepte dus af op wat je hangt, niet op een vaste norm.
Maten voor een kast op maat
Zodra je ruimte afwijkt van de standaard, lopen de fabrieksmaten je in de weg. Een schuin dak, een nis tussen twee muren of een plafond van 270 cm vraagt om maatwerk. Het voordeel is dat je elke centimeter benut: een kast tot aan het plafond geeft je een extra plank voor koffers en seizoenskleding, en in een nis verdwijnt de kier die je bij een losse kast altijd houdt. Je bepaalt zelf de verhouding tussen hangen, stapelen en lades.
Bij een kast op maat begin je altijd met de muur op de millimeter inmeten, inclusief plinten, radiatoren en een eventueel scheve hoek. Geef daarbij door welke hoogte je voor het hanggedeelte wilt en hoe diep de kast mag worden, want die twee maten sturen de hele indeling. Een maker vertaalt jouw kledingkast afmetingen naar een ontwerp dat klopt met de ruimte. Wil je weten hoe dat traject loopt en wat het kost, lees dan de gids over een kledingkast op maat laten maken. Voor een open garderobe zonder deuren, waar de diepte en doorloop net iets anders uitpakken, helpt de pagina over een inloopkast op maat je verder met de juiste maatvoering.
Veelgestelde vragen
Hoe diep moet een kledingkast zijn?
Voor hangen op een gewone stang heb je 60 cm diepte nodig. Met een uittrekbare stang kun je naar 40 cm.
Welke hoogte voor het hanggedeelte?
Voor lange kleding plan je 150 cm, voor korte items als blouses en broeken 110 cm tussen de plank en de stang.
Lees verder

Kledingkast indeling: zo deel je je kast slim in
Een goede kledingkast indeling begint bij wat je hebt. Zo verdeel je zones voor hangen, leggen, lades en schoenen zonder ruimte te verliezen.

Kledingkast op maat laten maken: zo pak je het aan
Van eerste schets tot montage: zo verloopt het traject, waar je op let bij een specialist en hoe je een scherpe offerte krijgt.
